Wat ons rest


De oude dame keek naar buiten. Ze zag een nieuwe scooter staan, maar er was geen mens op straat. het perk zag er keurig onderhouden uit, een hekje eromheen en de straat was loodrecht. Keurig geharkt en binnen de perken, maar zo levenloos als nu, elke dag weer. Ze had een brief gekregen van de gemeente. Een van haar buren had geklaagd dat de wilde klimroos die ze naast haar voordeur had geplant, weer nodig gesnoeid moest worden.De gemeentelijke verordening werd vermeld en het was duidelijk dat ze overhing. De gang moest vrijgehouden worden. Ze zou haar zoon moeten vragen om langs te komen, om haar te helpen, als hij haar maar niet te lastig vond.

Met stramme benen liep ze naar de achterkamer richting de keuken. Ze zette thee in het vertrouwde potje, dat ze zoveel jaren geleden had gekocht bij de Xenos. Toen was de Xenos nog een ontdekkingsreis in ander culturen en het theepotje zag er aandoenlijk chinees uit. Nu was ook daar de cultuur keurig verpakt. Het was meer een soort hippe Blokker met een paar speciale schappen uitheems eten. Chinees was uit, Sushi is in.

Ze keek naar de vogels in haar tuintje. De laatste wildernis in deze keurige woonwijk, niet meer zo keurig onderhouden als vroeger maar een klein paradijsje tussen de keurig betegelde en omheinde tuinen in de nieuwbouwwijk.

Vroeger was ook het perkje een kleine wildernis. Zelfs had ze er gespeeld en jarenlang was het speelterrein van kinderen geweest die opgroeide in de buurt. Ze hadden een bankje voor het huis staan en als de roos gesnoeid moest worden was er altijd een buurman die haar hielp. Dat alles was veranderd toen de wijk werd opgeknapt. De huizen waren oud en tochtig. De hele buurt had de verbouwing aangevochten, maar toen de gemeente aardige alternatieven had geboden, waren ze toch langzaam verdwenen, de huizen werden afgebroken, er kwamen prachtige nieuwe flats, ecologisch verantwoord. Het perk werd opgeknapt en de kinderen verdwenen uit de buurt. Alleen zij mocht blijven wonen. Haar huis was goed genoeg geweest en ze was er tenslotte nog. Het voelde het als een overwinning. Mensen hadden gehuild over het verplichte vertrek, ze hadden de eerste voorstellen van de gemeente woedend afgewezen omdat het niet tegemoet kwam aan hun woonwensen, wonen was meer dan vier muren tenslotte. Maar ze waren gegaan en de aard van het wijkje was veranderd.

Zij had alle veranderingen aangezien en gezien dat het perkje niet langer een leefgemeenschap was maar een keurige verzameling doorstroom-woningen, waar jonge net-werkenden hun eerste echte huis kregen en waar ze na een jaar of wat doorgingen naar een gezinswoning, ergens buiten.

Zij had zich nooit afgevraagd of haar vier muren meer dan een woning waren, ze had de manier waarop ze woonde altijd geïdentificeerd met het huis en nu alle bewoners eromheen waren vertrokken, had ze het akelige gevoel dat ze door te blijven, was meegezogen in het nieuwe tijdsbeeld van de straten waaraan ze woonden. het was een omhulsel, nog gevuld met herinneringen van welleer, maar met een uitzicht dat zo veranderd was, dat het voelde als een lege schaal.

Dat is de vooruitgang, had een oude vriendin van haar gezegd. Blijf niet hangen in wat er niet meer is, maar kijk wat er nu wel kan. Het perk wordt keurig bijgehouden en als je een klacht hebt kan je zo de gemeente bellen, die regelt alles correct en snel. Zij zag de voordelen van de nieuw gebaande paden, maar ze had heimwee naar de oude hazenpaadjes die de kinderen in de struiken hadden gemaakt, op weg naar een stiekem verscholen hut, ze miste het  zigzaggen tussen de soms lukraak neergesmeten fietsen en de vraag om de bal even terug te schoppen. Ze miste de warme chaos, het spontane kopje thee, de behulpzame buurman. Het was keurig, maar de ziel leek weg en alleen nog in haar herinnering te zijn opgeslagen, het geheugen van de vrouw die bleef.

stadsvernieuwingIn een wereld die veranderd en die vraagt om een goede ordening als je woont in een land met zoveel inwoners, gaat er in de regeldrift soms ook iets verloren dat je niet op papier kan uitdrukken. Blijven vasthouden aan dat stuk klinkt dan als obstinaat en weinig avontuurlijk. Je wordt versleten als verandering-avers. Het voelt een beetje als de Nederlandse gemeenschap lang na de emigratie. Ze bestellen nog steeds hagelslag en dropjes uit het verre Nederland maar het is slechts uiterlijke schijn, want verder zijn ze opgenomen in de cultuur van het nieuwe land. De vrouw die mocht blijven wonen had een Pyrrusoverwinning behaald. Zij wilde vasthouden aan het leven in het wijkje, maar als alle andere huizen gewoon vier muren zijn, dan wordt het overgebleven huis ook gewoon een verblijf.

Wikipedia:De Pyrrhus die hier bedoeld wordt, was koning van Epirus (nu een provincie van Griekenland). Hij verloor een groot aantal mannen in een tweetal gewonnen veldslagen tegen de Romeinen. Toen een van zijn generaals hem met zijn overwinning wilde feliciteren zou hij in woede zijn uitgebarsten en opgemerkt hebben “Nog één zo’n overwinning en ik ben verloren.

In mijn vak heb ik vaak over mensen gesproken over het omgaan met verlies en weerstand, ik heb me daarbij altijd gericht op hen die hun plek verloren, maar wat gebeurd er met hen die de plek houden? Wat rest hen na het grote afscheid? Als je geconfronteerd wordt met een verplichte verhuizing of het verlies van een baan, dan verloopt het proces vaak volgens de patronen zoals deze zijn beschreven door Kübler Ros. Na ontkenning en boosheid, kom gesjacher en tenslotte de diepe realisatie dat het echt waar is. En dan gaan mensen er weer het beste van maken. Zij die weggaan moeten wel.

De vrouw die mocht blijven, hoefde nergens iets van te maken, zij stond als een huis. Het verlies was niet een plotselinge confrontatie maar een langzaam besef dat alles om je heen veranderd en dat zelfs als je niet wilt, jouw leven toch ook veranderd, zonder dat je er ook maar een dag over had nagedacht over wat je dan wilde als de verandering er dan toch was.  Want met het feit dat zij de overwinning behaald, voelde ze zich toch verloren.

Het verhaal raakt me. Het haakt aan op een onrustige gevoel dat ik gisteren had na het beluisteren van de TED speech over de Harvard studie over Adult Development. Ze hebben mannen gevolgd van hun tienerjaren tot in hun pensioen 75 jaar lang nu. Waar gaat het dan uiteindelijk om in het leven.

De speech gaat over de vraag wat ons gezond en gelukkig houdt. De kern van het betoog is dat we onze doelen vaak stellen in termen van rijkdom, zichtbaarheid en hard werken, maar dat uit deze studie blijkt dat het belangrijkste voor de gezondheid goede relaties zijn. Goede sociale relaties voorkomen eenzaamheid en eenzaamheid is een heel groot gezondheidsrisico. Eenzame mensen sterven eerder. Het gaat daarbij niet om het aantal relaties dat je onderhoud, maar om de kwaliteit van de relaties in termen van warmte en nabijheid. En tot slot is het gevoel dat je op iemand kan rekenen een veilige basis. De onderzoekers durven te voorspellen dat mensen die op hun vijftigste goede relaties hebben, op hun tachtigste gezonder en gelukkiger in het leven staan, dankzij deze studie.

De verloren vrouw zag  in verbazing de veranderingen en leerde de stilte steeds meer accepteren, als een kikker die langzaam gekookt wordt. Ze had wellicht beter kunnen investeren in een aantal goede relaties. Uitreiken naar de nieuwe bewoners, banden onderhouden met de warme kennissen. Niet zich vastklampen aan de vier muren en het behoud van haar kleine wildernis, maar erop uit gaan en vriendschappen koesteren en warm houden. Ze had haar ziel in haar huis behouden, maar wellicht ten koste van gezondheid en geluk.

Ik eindig met een strofe uit de poezie van © Ramsey Nasr: Wat ons rest

Het is nog niet te laat.
Kijk door het venster van buiten naar binnen. Kijk dan: er staat
wat er staat. En ja, dat is weinig. Maar ook wij zullen rijk zijn.
Wij zullen leren de trotse bezitters van lege schalen te zijn.

  1. Nog geen reacties.
(wordt niet gepubliceerd)