Nee mag ook


In 2005 deed ik een familie opstelling met als onderzoeksvraag “waarom kan ik zo moeilijk nee zeggen”. Het heeft me heel veel inzicht gegeven over het systeem waar ik vandaan kom en welke overtuigingen ik met me mee heb gedragen. Ik zag waardoor ik zo vaak ja zei, zelfs al ging het ten koste van mezelf. Sindsdien kan ik steeds vaker nee zeggen, maar dat vroeg meer dan begrip. Ik heb echt de discipline moeten ontwikkelen om mezelf steeds af te vragen “wil ik dit wel?”.

Twee dagen geleden las ik dit artikel en ineens vielen alle puzzelstukjes van mijn vraag in een keer op zijn plek. Zo simpel en zo passend. Het artikel deelt de mensheid op in twee types:

  • Askers
  • Guessers

Askers vragen gewoon wat ze willen en kunnen een nee accepteren. Guessers vragen zelden iets, ze stellen alleen vragen waar ze naar alle waarschijnlijkheid ja op zullen horen. De paradox is dat ze vanuit die houding ook de vragen van de askers benaderen en dus ja zeggen, zelfs als dat buikpijn oplevert omdat ze eigenlijk niet weten of ze wel ja wille en kunnen zeggen. Failure is not an option.

Wat het artikel beschrijft is de enorme populariteit van zelfhulpboeken voor guessers, die allemaal neerkomen op hetzelfde: “zeg gewoon nee en hou dan je mond”. En toch lezen guessers dan nog een boek omdat nee zeggen echt heel lastig is (weet ik uit ervaring). Ik heb ook zoveel van die boeken gelezen….

Paul Coelho schreef in de Zahir een stuk over de bank van lening, vergelijkbaar met emotioneel boekhouden. Het gaat ervan uit dat in sociale interactie wederkerigheid een natuurlijk gegeven is. “Ik doe wat voor jou en jij doet wat voor mij”. Heel veel van onze sociale verbintenissen werken op die manier.

Toen ik de Zahir las, begreep ik hoe ik zelf eindeloos mensen “uit de brand” ging helpen in de hoop dat ik zoveel credits zou opbouwen, dat ik ooit ook om een gunst zou kunnen vragen met de garantie op ja. Ik kon mezelf echt een slag in de rondte werken omdat mijn eigen ja zo makkelijk uit mijn mond vliegt. De keerzijde van dit mechanisme is, dat je, tegen de tijd dat je zelf om iets vraagt, zo op ja rekent, dat een nee eigenlijk niet mag (in je eigen beleving). Komt er toch een nee dan kan dit tot grote emotionele (interne) verontwaardiging leidt.

Ik las Ingeborg Bosch – Illusies en toen kreeg dit mechanisme om te investeren in de hoop op een toekomstige beloning een naam: valse hoop. Ik zie dan een meisje voor me dat haar ouders ontbijt op bed gaat brengen in de hoop dat het een fijne vrolijke zondag wordt. Je kan in dezelfde illusie ook direct doorpakken  en elke keer hevig verontwaardigd zijn omdat de ander zo’n ….[vul gerust je eigen negatieve bijwoord in] is dat hij of zij nee durft te zeggen. Dat heet dan valse macht. Valse hoop en valse macht kunnen elkaar keurig gevangen houden in een soort dansje over wie het meest van die emotionele bankrekening op zijn of haar conto mag schrijven.

Boeken geven  inzicht in het waarom van je gedrag, maar ze helpen je niet met het eerlijk zeggen van nee. Ik had me dus voorgenomen na de familie opstelling om vaker nee te zeggen en dat leerde ik van een vriendin. Ik had een hele warme vriendschap en met mijn natuurlijke “ja”-houding was ik vaak voor haar in de weer. Toen ik zelf een paar keer hulp nodig had, zei ze gewoon nee of kon ze niet omdat ze al afspraken had staan. Als ze ja zei, vroeg ze er eigenlijk meteen wat voor terug. Iets wat mij dan hogelijk verbaasde, omdat ik vond dat ik al zoveel gegeven had.

Deze vriendin had mij de allerbeste uitdaging gegeven die ik maar kon krijgen. Ik leerde van haar echt  nee zeggen. Als ik niet kon of echt geen zin had om haar uit de brand te helpen, dan zei ik gewoon nee.  Ik ging zelfs wel eens nee zeggen, als ik technisch gezien haar best had kunnen helpen, gewoon omdat ik er geen zin in had. Zoals in het artikel gezegd wordt, er gebeurde niets! Mijn vriendin had vaak nog veel meer opties om haar probleem op te lossen of ze koos gewoon een andere koers. Ze was niet uit het veld geslagen, ze werd niet boos, er gebeurde niets.

Zij was mijn eerste duidelijke Asker zie ik nu. Toch had ik stiekem bedacht dat zij eigenlijk één van de weinigen was die zoveel vroeg,  omdat de meeste mensen in mijn omgeving toch meer van die uitwisseling waren…dacht ik.

Maar dat is niet helemaal waar,  ik zag mijn zoon ook een hele andere koers varen. Als hij iemand te spelen had, die een stuk speelgoed van hem heel mooi vond en vroeg of hij of zij het mochten hebben, dan zei hij regelmatig gewoon ja. Toen ik hem daarop bevroeg, was het echt omdat de ander het zo mooi had gevonden en hij toch genoeg had. Hij verwachtte er niets voor terug. Ik dacht dat het een persoonlijke karaktertrek was die mij leerde dat je ook echt ja kunt zeggen zonder er iets voor terug te vragen. Die ja is uitermate waardevol!

yesEn nu dit artikel, het valt op zijn plek. Er zijn mensen zoals ik die het antwoord om een vraag helemaal inwikkelen in een sociale context, waardoor nee of ja zeggen steeds in een groter verband wordt geplaatst. Er zijn ook mensen die gewoon vragen en het antwoord accepteren voor wat het is, zonder daar heel veel mee te doen. Het is  eenvoudig, als je het hele spel loslaat.

Ja, ik ben blij dat mijn guess houding mij heeft geleerd om sensitief, invoelend en sociaal te zijn. Tegelijkertijd denk ik dat, als die guess houding wordt ingezet om je zin te krijgen of vanuit de angst om afgewezen te worden, deze zijn doel volkomen voorbij schiet. Dan is er juist veel te leren van hen die gewoon eerlijk vragen en het antwoord accepteren voor wat het is, nu op dit moment, zonder gevolgen. Ik ben die ask-kant aan t ontwikkelen, het voelt eerlijker, transparanter, meer helder en eerlijk gezegd ook veel vrijer.

Ik heb mezelf 10 jaar lang uitgedaagd om mezelf af te vragen of ik dit wel echt wil (need to have), ik ben nu mezelf aan t uitdagen om ook meer lef te tonen en te vragen om de dingen die mij leuk lijken (nice to have). Dan krijg je soms nee…maar ook dan gebeurt er niets…zolang je je verzoek maar eerlijk en onder emotionele druk hebt gedaan. Guessers kunnen nog veel leren van Askers.

Ik kan je inmiddels vertellen dat de ja’s die je krijgt als je meer lef toont, echt heerlijke ja’s zijn. Het zijn kleine feestjes, net zoals mijn echte ja een cadeau is (en geen vooruitbetaling). Het is spannender,  zonder vangnet en soms met een vleugje paniek. Tegelijkertijd is het meer wakker en alert, ik word meer zichtbaar en het is helder. Het is een mooie ontwikkeling.

  1. #1 by Maarten Kool on 3 april 2016 - 08:24

    Deze blog geeft precies weer waar het over gaat: ‘Ja tegen jezelf mag ook’ had een alternatieve titel kunnen zijn. Los van de reacties die anderen geven, is dit voor guessers de kern: mag je van jezelf zijn wie je bent en kun je een eventuele afwijzing hiervan ‘doorstaan’.
    Mooie blog, dankjewel

(wordt niet gepubliceerd)