Speedmars


Ik weet van één potentiële lezer dat hij nu al lacht, ik heb vandaag namelijk ook gelachen toen ik mezelf erop betrapte, ik liep een speedmars. Dat raakt precies het thema dat deze week en al wel vaker in mijn leven langs is gekomen, overfocus op het “resultaat”.

Afgelopen maandag had ik een ontzettend leuk gesprek “over lunch”. het was verre van koetjes en kalfjes, het was zo’n gesprek dat ergens over mocht gaan en dat zijn voor mij de fijnste gesprekken. Op enig moment hoorde ik hem vertellen dat hij mee zou doen aan een wedstrijd maar dat winnen wel een ding was. Ineens moest ik denken aan Gerard van der Velde die altijd vierde werd en hoe dat een ding werd in de pers. Deze persoon werd vooral tweede. In de gewone wereld zijn er geen zilver of bronzen medailles, alleen de winst.

Ik kan mijn coach-zijn niet uitschakelen (vertel ik morgen meer over) dus ik schoot in de actie. Ik wist ineens dat ik deze persoon iets wilde geven. Iets wat ik had en dat van betekenis kon zijn. Zonder heel diep in te gaan op wat er dan gebeurde als de mogelijke winst in t zicht kwam, wist ik dat er een overtuiging moest worden overwonnen. Ik gaf mijn medaille die ik een week eerder had gewonnen. Een spuuglelijk ding op zichzelf, maar in plaats van 1 stond er WINNAAR op en dat maakte het dan wel weer leuk.

Mijn precieze woorden weet ik niet meer, maar ik overhandigde de medaille en ik zei “hier…dan heb je al gewonnen. Je hoeft jezelf alleen maar toe te staan om te winnen en dan vooral verschrikkelijk genieten van het leveren van je prestatie. Dan kan je winnen, de medaille heb je al”. Wat ik misschien ook heb gezegd, maar ik durf dat soort dingen niet altijd hardop te zeggen “ik weet zeker dat je wint”, mijn intuïtie wist dat namelijk zeker.

Mijn eigen verhouding met winnen gaat al heel lang terug. Ik kom uit een gezin waarin een zekere onderlinge competitie niet raar is, sterker nog, wij speelden om te winnen. Mijn vader won altijd, zeker Triviant, maar ook met mens-erger-je-niet. Alleen in memory was ik als kind beter (inmiddels word ik verslagen door mijn dochter ;-)). Ik heb in mijn jeugd maar 1 prijs gewonnen en dat was een beker in een trofeedanswedstrijd. Ook spuuglelijk, met een soort plastic marmeren voet en dan een goudkleurig ijzeren geval erop met vleugels en een soort medaillon met een plaatje van een danspaar. Ik kreeg er ook een cadeaubon van de V&D bij van een tientje (gulden-tijd uiteraard).

Jaren later deed ik mijn opleiding Psychosynthese en Levenskracht en we eindigden het eerste jaar met een speciaal ritueel dat afkomstig was van de Aboriginals. Ter voorbereiding was ons gevraagd om een voorwerp mee te nemen dat symbool stond voor iets waar je mee “klaar” was. Dat voorwerp moest je verpakking in cadeaupapier en meenemen naar de ceremonie. Wij werden allemaal uitgenodigd om te gaan staan en door elkaar heen te lopen en op het teken het cadeau te geven aan degene tegenover je, met een positieve attitude, vervolgens liepen we weer rond en op het volgende teken gaf je het (nu onbekende) cadeau door. Na zo’n vier keer mocht je gaan zitten en had je een cadeautje gekregen. Als je aan de beurt was, vertelde je wat voor jou de betekenis van het cadeau was, pas daarna onthulde de gever zich en vertelde wat hij of zij had weggegeven. Daarmee werd gelijk de transformatie van negatief naar positief zichtbaar.

Ik had mijn eerste prijs ingepakt als symbool voor het feit dat ik zag dat ik me destijds vooral op de prijs had gericht (ik wilde winnen) en vergeten was te genieten van het dansen. Ik wilde meer genieten en in het moment zijn en daarom was dit een prachtig symbool. Het allermooiste wat er gebeurde was dat degene die mijn beker kreeg, een grote glimlach kreeg en vertelde dat dit de eerste keer was dat ze een eerste prijs won, dat ze deze beker ging koesteren en op de schouw zou zetten en dat ze zichzelf zou gaan vieren, zij was tenslotte een hoofdprijs. Prachtige betekenis, zo mooi dat ik mijn beker bijna weer terugwilde.

Met die gedachte in mijn achterhoofd gaf ik deze nieuwe medaille ook weg. En met nog een andere gedachte die ik niet onthulde. Ik heb ooit meegedaan aan een proces waarbij je steeds een soort schijngevecht moest aangaan met de persoon tegenover je en een van de twee was dan de winnaar en bleef staan. De verliezers vielen langzaam af totdat er nog een persoon over zou zijn, the last man standing. Toen mij het spel werd uitgelegd wist ik direct dat ik dat zou zijn. Heel gek. Ik besefte me namelijk dat ik alles in huis zou had om te winnen en dat ik het met de lessen van Pieter Klaassen (Aikido) zou doen. Voor elke confrontatie maakt ik helemaal contact met de ander (in gedachten) wenste ons een mooie dans en vertelde dat ik graag wilde winnen, maar ook de winst gunde. Ik meende dat met heel mijn hart en ging dan alles geven om de dans te winnen. Ik was de laatste en dat heeft me doen geloven dat ik kan voelen wanneer winst voor mij regel is en dat ik doorzetter genoeg ben om die winst dan ook te pakken. En ik heb van elke seconde genoten toen.

De medaille had ik gewonnen met precies datzelfde gevoel. Ik heb zelfs in een soort warrig verhaal mijn laatst man standing ervaring verteld aan mijn team en gezegd dat ik wist dat we zouden winnen. We wonnen ook en we kregen die medaille. Voor mij was de medaille dus geladen met de positieve connotatie van winnen en jezelf helemaal te geven en te genieten van dat waar je mee bezig bent, hartstochtelijk te genieten. Mij geeft dat vleugels en als ik op dat moment niet zou winnen maar verliezen, dan weet ik dat ik alles heb gegeven en kan ik een ander ook vol de winst gunnen, ik verlies namelijk niet. Winst is niet meer het doel, maar een bijkomstige prettige zaak, verre van noodzaak.

Natuurlijk is ook dit verhaal een succesverhaal. Ik weet niet precies wat mijn spontane coaching heeft opgebracht, maar hij heeft gewonnen en ik kreeg een appje “bedankt coach”. Ook hier zorgde het tastbare voorwerp voor een verandering denk ik, maar ik heb geen enkel zicht op het onderliggende effect, omdat ik alleen naar de uitkomst heb gevraagd en dat was de winst.

Waarom dan die speedmars? Vandaag moest ik mijn auto ophalen bij de garage en ik had mezelf beloofd te gaan wandelen. Dat was in lijn met mijn goede voornemens na de vakantie en dus leek het me een geweldig idee. Ik was echter net iets te laat weg gegaan (15 minuten) en terwijl ik begon aan mijn wandeling was ik vooral bezig met het verlies aan tijd. Ik had gedachtes als “had ik niet beter de buurvrouw kunnen vragen me even af te zetten of de garage kunnen vragen me op te halen”. Terwijl al die gedachten door mijn hoofd schoten, stapte ik stevig door om het verlies goed te maken. En toen realiseerde ik het me ineens, ik liep een speedmars. Ik was bezig met het verlies van tijd en ik genoot werkelijk geen seconde van de wandeling, ik was gewoon als een gek tempo aan t maken zodat ik een beetje snel bij die garage zou zijn.

Ik schoot in de lach, keek op mijn  horloge, realiseerde dat ik vast wel genoeg tijd zou hebben, vertraagde mijn tempo net iets zodat het niet meer het krampachtige had en heb van de tweede helft enorm genoten. En weer wat geleerd. Ik heb al door hoe ik met wedstrijden om moet gaan, maar je kan eigenlijk altijd dat wat je wilt doen met aandacht doen en ervan genieten. Dat besef heb ik nu verankerd in dit woord “speedmars”. Het is het moment waar je enigszins verkrampt gericht bent op het resultaat, niet meer gericht bent op nu maar op straks, je handelt uit angst voor verlies en je niet meer de creativiteit voelt om iets anders te doen dan stug doorwerken (hijgend en puffend). Dat is wat ik niet meer wil en daar heb ik nu een simpel, glimlach-gevend, woord voor. Humor werkt altijd 

  1. Nog geen reacties.
(wordt niet gepubliceerd)