Gul


Afgelopen vrijdag zat ik er finaal doorheen. Ik liep op mijn tandvlees, mijn leven voelde als een grote puinhoop en even overwoog ik zelfs om me maar weer ziek te melden omdat ik alle energie weer kwijt was. Gelukkig had ik mijn allereerste gesprek met de hulpverlener in huis en een afspraak met de kapster.

Ik ben dol op mijn kapster, het is een enig en origineel mens en we delen een zekere spirituele kijk op het leven. En mijn kapster heeft ook een soort burnout, we hebben er in eerdere bezoeken over gesproken. Op de vraag “hoe is het?” kon ik dus naar waarheid antwoorden en zo deelde ze ook haar verhaal. De overeenkomst tussen haar verhaal en het mijne is dat we teveel geven. “Kan je teveel geven?” vroeg ik haar want dat was me die ochtend ook al haarfijn uitgelegd. “Ja dat kan”. Dus is het een onderzoek meer dan waard.

33478_489372687328_675207328_6991903_1285937_nGeven klinkt als iets geweldigs, je kan van jezelf zeggen dat je gul bent. Mensen vertellen mij dat ook en dan verzucht ik wel eens “ik kan niet anders”, maar dat is niet waar. Ik kan wel anders, ik ben alleen gewend om heel veel te geven. Geven is prima, maar niet als het opgeven of weggeven wordt. En dat is precies wat mijn kapster en ik van elkaar herkende.

Geven, gift, gave; het zijn allemaal woorden die de overdracht benoemen van de een naar de ander. In mijn eerdere blogs haalt ik al Dan Millman aan:

Wanneer we eenmaal de grenzen en beperkingen van onze verantwoordelijkheid hebben vastgesteld, kunnen we onze plichten volledig op ons nemen en loslaten wat onze plicht niet is; op die manier beleven we meer vreugde aan het steunen van anderen omdat we relaties creëren die harmonieuzer en coöperatiever zijn – Dan Millman

Dit is de kern van de gulle gave die klopt. We geven vanuit onze eigen plek en beleven zo de vreugde van het steunen van de andere. Te veel betekent dat we niet alleen geven wat past bij ons om te geven, maar ook gaan geven om iets anders, bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van de ander verlichten. Over-coöperatie heet dat. Dat over-cooperatie vanuit de natuurlijke zucht naar balans kan omslaan naar onder-coöperatie vertelde ik al, het eindigt in wrok, boosheid en afwijzing van de vrager.

Voor mijn kapster en mijzelf is het zinvol om te onderzoeken waarom we blijven geven, terwijl we overduidelijk in de stress schieten en uitgeput raken. Ik was zelfs weer zo diep gezakt dat ik de afgrond van de moedeloosheid, die ik zo goed heb leren kennen in mijn burn-out, voelde opkomen. Ik heb weer vlagen met het gevoel van totale uitputting en dat betekent dat ik echt te veel gegeven heb of mezelf heb weggeven en mijn grenzen niet heb bewaakt. Tijd voor zelf-onderzoek.

The Work van Byron Katie 

Dit werkt fantastisch als je begint met mokken. Als je de boosheid voelt opkomen. Juist deze negatieve emotie toelaten en onderzoeken geeft een schat aan inzichten over de manier waarop je gedachten je gevangen houden. Ik heb haar al eerder genoemd en zal haar nog vaak noemen omdat ze werkelijk geweldig werk heeft gedaan en haar methode eenvoudig is toe te passen:

Stap 1: Zak even lekker in de boosheid en verwijten in een bepaalde situatie, laat het gewoon opkomen en schrijf jezelf leeg met de volgende vragen:

  1. In deze situatie, tijd en locatie, wie maakt je boos, verwart je of stelt je teleur en waarom?
  2. In deze situatie, hoe wil je dat hij/zij verandert? Wat wil je dat hij/zij doet?
  3. In deze situatie, wat voor advies zou je hem/haar geven?
  4. In deze situatie, wat heb je nodig dat hij/zij denkt, zegt, voelt of doet zodat jij gelukkig bent?
  5. Wat vind je van hem/haar in deze situatie? Maak een lijstje.
  6. Wat is het in of van deze situatie dat je nooit meer wilt ervaren?

Wat zo heerlijk is dat je jezelf met deze vragen even hardcore kan leeg mopperen. En dan mag je aan het werk. Je wordt helemaal stil en rustig en je luistert naar je hart en intuïtie en dan onderzoek je al je zinnen een voor een met de volgende vragen en omkering:

  1. Is het waar? (Ja of nee. Bij nee ga naar vraag 3)
  2. Kun je absoluut weten dat het waar is? (Ja of nee)
  3. Hoe reageer je, wat gebeurt er, wanneer je die gedachte gelooft?
  4. Wie zou je zijn zonder de gedachte?

Keer de gedachte om. Zoek dan drie specifieke, echte voorbeelden hoe elke omkering waar is voor jou in deze situatie.

Op deze manier kan je je hele klachtenformulier onderzoeken en vallen de inzichten je zo in de schoot.  Ik verwijs graag door naar een internetpagina, waar de hele methode vele malen uitgebreider en met voorbeelden is uitgewerkt. Ik gebruik hem ook in mijn coaching: The Work

PRI – Ingeborg Bosch

De herontdekking van het ware zelf was het eerste boek dat ik van haar las en al vroeg in het begin leverde dat mij een enorme jankbui op. Ze vertelt hoe elke ouder graag precies zou willen begrijpen waar een kind om vraagt om zo de behoeftes van het kind te vervullen, maar dat het eenvoudigweg niet mogelijk is. En dat elk kind dus zo afweermechanismen zal ontwikkelen. Ik heb meerdere boeken gelezen en ik raad iedereen van hart aan om je hierin te verdiepen: PRI.

Zonder ook maar haar methode recht aan te doen, kan je zelf al onderzoeken wat je probeert te vermijden met je gulle gedrag, door het niet te doen en dan te voelen wat er met je gebeurd. Welke angsten, visioenen, consequenties vrees je en wat gebeurde er echt? Het vraagt dat je een dagboek bijhoudt zodat je jezelf ook kan terugkijken.

Bij twijfel toch doen (of laten)

Tijdens een speech voor DDF vertelde Danny Mekic ooit dat hij een jaar lang al zijn angsten en aarzelingen had opgeschreven en dan toch had gedaan waar hij bang voor was. Zijn ontdekking was dat in 95% van de gevallen dat waar hij bang voor was niet gebeurde. Dat weet je pas als je het zelf probeert.

Hoe werkt het bij mij?

Voor mijzelf is de manier waarop ik geef onproductief als ik ga geven om iets anders te vermijden. Dat iets anders is bijvoorbeeld mijn irrationele angst dat de ander het niet redt zonder mijn gift, ik ben een meester in het overnemen van de verantwoordelijkheid van de ander. Dieper daaronder ligt het verlangen om (weer) dat te krijgen wat ik zo graag wil hebben van de ander en waarvan ik denk dat de ander mij dat kan geven, liefde en aandacht. Heel erg lang geleden heb ik bedacht dat als ik alles regel voor de ander, deze dan de rust vind om mij te geven wat ik graag wil. Dat is de aardige observatie.

De minder aardige, duistere observatie is iets dat in de PRI valse hoop heet en in mijn leven is een energie-vretende zoektocht is naar iets dat ik met het stellen van een eenvoudige vraag kan ontdekken. Wil jij mij wel of niet liefde en aandacht geven nu?

De vraag geeft de ander de mogelijkheid om ja of nee te zeggen en maakt alles buitengewoon helder. Ik koester echter stiekem de gedachte dat ik met een nee niet kan leven en dus ik ga heel erg mijn best doen in de hoop dat ik een cadeautje krijg. De ander voelt naadloos aan dat ik onbewust iets wil pakken waarvan hij of zij niet weet of ze het willen geven of wel aan de vraag kunnen voldoen, ik kan me voorstellen dat het als een bodemloze put aanvoelt, naarmate ik wanhopiger mijn best doe. Dat is het moment waarop ze terugtrekken en ik meestal met een volslagen gevoel van afwijzing of verlating zit.

De duistere kant is de kant van een afweermechanisme dat ik al jong heb opgedaan. De oplossing is tamelijk eenvoudig en met The Work ook goed uit te vogelen. Voor mij is op dit moment de les dat ik mezelf ga geven wat ik nodig heb. Ik geef mezelf liefde en aandacht, zodat ik mijn energie ook weer oplaad. Dat doe ik vanuit compassie. Ik bedenk leuke dingen die ik ga doen en die doe ik ook, ik heb mezelf doelen gesteld die vragen dat ik sport en gezond eet en dat geef ik mezelf ook. Ik ben bezig mijn eigen grootste supporter te worden. Zo laad ik mezelf op en kan ik weer vanuit gulheid geven. Want stiekem ben ik ook trots op mijn gulle natuur, ik vind het een van mijn mooie kanten die het meer dan waard is om niet te verzuren.

De tweede uitdaging wordt om serieus aan de slag te gaan met grenzen stellen en a la Danny Mekic mijn angst te onderzoeken. Ik ben daar al mee bezig, maar nu ik deze blog zo schrijf lijkt het me een mooi ding om een jaar lang mijn angst onder ogen te zien en dan toch helder mijn grenzen aan te geven, Ik ben benieuwd of mijn percentage ook zo hoog uitvalt.

Vandaag eindig ik met een spreuk van mijn tandarts die ik dan altijd vervloekte:

Gij lijdt het meest onder het lijden dat u vreest

  1. #1 by Marieke Koning on 21 juni 2015 - 15:43

    Heel graag gedaan! Leuk dat je er wat aan hebt

  2. #2 by Monique on 21 juni 2015 - 15:37

    Heel herkenbaar! Mooi en duidelijk verwoord en voor mij weer even een Reminder! Thanx for sharing!!

(wordt niet gepubliceerd)